In Gynzy is er voor elke leerling een leerlingkaart met resultaten gebaseerd op de opgaven die in Gynzy gemaakt zijn. Gemaakte opgaven worden in deze resultaten meegenomen, onafhankelijk van waar ze gemaakt zijn (lessen, toetsen, bundels, Eilanden of Dorpen). Voor elk vakgebied is de leerlingkaart te raadplegen waarbij de resultaten per Wereld (domein) getoond worden. Voor elke Wereld zijn verschillende onderdelen opgenomen. In dit artikel gaan we in op deze verschillende onderdelen en mogelijke situaties die zich kunnen voordoen. Dit kan je helpen om de gegevens op de leerlingkaart nog beter te interpreteren en op basis hiervan leerlingen nog gerichter aan het werk te kunnen zetten.

De voorbeelden uit dit artikel geven mogelijke verklaringen en handige tips voor vervolghandelingen. Daarnaast kan de Gynzy Academie een training verzorgen die dieper ingaat op de resultaten van jouw klas/school. Hierbij wordt ook aandacht besteed aan het plaatsen van resultaten in de context (situatie, houding, gedrag) van jouw leerlingen.

Inhoud

Filters

Vakprofiel

Details

Voorbeelden van situaties per onderdeel

Filters (doelselectie)

Methode/Werelden

Bovenaan de leerlingkaart krijg je de optie om een methode of Werelden (totale curriculum) te selecteren. Wanneer je kiest voor een methode, gaat de informatie in de leerlingkaart over het beoordeelbare doelenaanbod bij deze methode. Wanneer je kiest voor een volledig curriculum, gaat de informatie in de leerlingkaart over het volledige curriculum van dat vakgebied.

Periode

Daarnaast is er de optie om een periode te selecteren. Standaard staat deze ingesteld op de afgelopen 3 maanden, maar je kunt hier zelf een andere start- en einddatum kiezen. Op deze manier kun je bijvoorbeeld voor de tijdsduur van één of meer blokken, een semester of een andere periode kiezen waarover je de ontwikkeling van de leerling wilt zien.

Leerjaar

Wanneer je een methode geselecteerd hebt, bepaalt dit filter over welk leerjaar van de methode de informatie in de leerlingkaart aangaande het huidige leerjaar gaat. Wanneer je het totale curriculum geselecteerd hebt (Werelden), bepaalt dit filter niet alleen over welk leerjaar de informatie in de leerlingkaart aangaande het huidige leerjaar gaat, maar ook met welke leerlingpopulatie de leerling vergeleken wordt als er niet ook wordt gefilterd op een specifiek referentieniveau of alleen de sleuteldoelen.

Referentieniveau

Standaard staat het referentieniveau op 1X/3F (alle leerdoelen worden dan meegenomen). Je kunt hiernaast de keuze maken om in de leerlingkaart de resultaten te zien over alleen de fundamentele leerdoelen (1F) of de streefdoelen (1S/2F) (waarin ook de fundamentele leerdoelen zijn opgenomen).

Sleuteldoelen

Deze filter is alleen beschikbaar wanneer je het totale curriculum van rekenen geselecteerd hebt. De leerlijn van rekenen van Gynzy is uitgebreider en veelzijdiger dan de leerlijn van een reguliere lesmethode. In de leerlijn rekenen hebben we sleuteldoelen gemarkeerd. Dit zijn leerdoelen waar vrijwel iedere leerling langs komt of langs zal (moeten) gaan.

Vakprofiel

In dit vakprofiel wordt de beheersing van de leerling aan de start van de periode in oranje weergegeven en de beheersing aan het eind van de periode in groen. Door over een punt in de grafiek te gaan zie je de precieze gegevens van dat domein.

Middels de twee schakelaars bovenin het vakprofiel kun je de weergave van de grafiek aanpassen. De eerste schakelaar ‘inzoomen’ biedt je de mogelijkheid om de schaal van de grafiek aan te passen. Door deze schakelaar aan te zetten, wordt als het ware ingezoomd op de scores van de leerling (bijvoorbeeld van 0 tot 40%). Hierdoor worden verschillen tussen het begin en het eind van de periode uitvergroot. Omdat de niet-ingezoomde versie altijd dezelfde schaal gebruikt, is deze geschikter om te gebruiken als vergelijking met andere leerlingen, danwel met de leerling zelf in een vorige periode.

Met de tweede schakelaar ‘alle leerdoelen’ bepaal je of de scores over alle leerdoelen, op basis van de filtering, of alleen die uit het eigen leerjaar berekend worden (zie Verschil tussen beheersing leerdoelen eigen leerjaar en alle leerdoelen hieronder).

Details

Voorbeeld van een leerlingkaart met achtereenvolgens de naam van de Wereld (het domein), het aantal gemaakte opgaven deze periode (en dit schooljaar) samen met het eigen niveau van de leerling (1), de gemiddelde beheersing van leerdoelen op basis van de filtering, uit het eigen leerjaar samen met de groei hierin en het aandeel behaalde doelen (2) en de gemiddelde beheersing van de leerdoelen op basis van de filtering, uit leerjaren 3 tot 8 samen met de groei hierin en het aandeel behaalde doelen (3).

Opgaven en niveau-indicator

In de kolom "opgaven" staat het aantal gemaakte opgaven in de gekozen periode met daaronder het totaal aantal gemaakte opgaven. Beide aantallen gaan over alle leerdoelen, tenzij er een filter is toegepast. Hiernaast wordt een indicator weergegeven van het niveau van de gemaakte opgaven. Hieraan kun je aflezen of de leerling in zijn zone van naaste ontwikkeling zat, daarboven of daaronder.

In de adaptieve software leert de leerling optimaal met een goed-percentage tussen de 65% en 85%. In dat geval zijn de opgaven niet te moeilijk en niet te gemakkelijk geweest en werkte de leerling in de zone van zijn naaste ontwikkeling. Als de leerling meer dan 85% goed heeft kunnen beantwoorden, waren de opgaven waarschijnlijk te eenvoudig en werkte de leerling onder zijn zone van naaste ontwikkeling. Bij minder dan 65% goed beantwoorde opgaven, waren de opgaven te moeilijk en werkte de leerling boven zijn zone van naaste ontwikkeling. De indicator is dan ook gebaseerd op het aandeel goed beantwoorde opgaven (in de eerste of tweede poging) van de gemaakte opgaven.

Door op de indicator te drukken krijg je een toelichting bij het niveau van de gemaakte opgaven. Daaronder wordt ook het goed-percentage van de gemaakte opgaven getoond.

Verschil tussen beheersing leerdoelen eigen leerjaar en alle leerdoelen

De beheersing per Wereld (domein) wordt alleen weergegeven wanneer geen specifieke filtering is toegepast. Deze wordt op 2 manieren weergegeven: over de leerdoelen per leerjaar (met gekleurde bolletjes) en over alle leerdoelen (met grijze bolletjes) uit de Wereld. Hieronder wordt het verschil tussen beiden toegelicht:

In beide gevallen wordt de bolletjes-score (percentielscore) gebaseerd op de vergelijking met de scores van leerlingen uit hetzelfde leerjaar. In het eerste geval wordt daarbij alleen gekeken naar het gemiddelde van de vaardigheidsscores op de leerdoelen die volgens de Gynzy-leerlijn gekoppeld zijn aan dat leerjaar. Dit biedt over het algemeen een eerlijkere normatieve vergelijking. In het tweede geval wordt gekeken naar het gemiddelde van de vaardigheidsscores op alle leerdoelen uit een Wereld (onafhankelijk van aan welke leerjaren die zijn gekoppeld). Deze score is juist waardevol voor het volgen van de ontwikkeling van leerlingen, met name over leerjaren heen. Deze score wordt dan ook gebruikt in de groeigrafieken.

Hieronder een voorbeeld van hoe een populatieverdeling met percentielscores eruit ziet. Stel, er is een totale populatie van 10 leerlingen in een leerjaar (6). Je sorteert hun gemiddelde vaardigheidsscores van laag naar hoog en verdeelt de groep in 5 even grote delen (dus elk 20%). Dan zie je ongeveer wat hier in de grafiek gebeurt. Vaak zie je dat de groep in rood en donkergroen het breedst verdeeld is qua score, omdat deze ook alle outliers bevat. De groep in oranje, gele en lichtgroene groepen hebben vaak juist een veel kleinere range van scores. Een verschil in bolletje kan dus erg klein zijn in score, wat je ook terug kunt zien in de achtergrondkleuren van de tijdsgebonden groeigrafieken.

Groei per domein

Bij de beheersing van elke Wereld (elk domein) wordt naast de gemiddelde vaardigheidsscore ook de groei in de gekozen periode getoond. Deze groei is ook weergegeven in de grafiek van het vakprofiel.

Aandeel behaalde doelen

Naast de groei in de gekozen periode, wordt bij de beheersing van elke Wereld (elk domein) ook nog het aandeel behaalde doelen getoond. Hiermee wordt weergegeven op hoeveel van de onderliggende leerdoelen, op basis van gekozen filtering, de leerling een score van meer dan 75% heeft. Deze extra dimensie geeft je een rijker beeld van de beheersing van een leerling, dan alleen de gemiddelde vaardigheidsscore en de groei hierin.

Een gemiddelde vaardigheidsscore kan verschillende dingen betekenen. De onderstaande twee situaties geven een duidelijk verschil weer. In situatie 1 liggen de scores van de onderliggende doelen dicht bij het gemiddelde, maar is er slechts één doel behaald (met een score van meer dan 75%). In situatie 2 verschillen de scores sterk van het gemiddelde, maar is er wel al een groot aandeel van de doelen behaald. De toevoeging van het aandeel behaalde doelen geeft hier duidelijker een verschil weer.

Voorbeelden per onderdeel

1. Opgaven

Situatie: De leerling heeft (te) weinig opgaven gemaakt.

2. Zone van naaste ontwikkeling

Situatie: De leerling werkt boven zijn niveau.
Situatie: De leerling werkt onder zijn niveau.

3. Beheersing per leerjaar

Situatie: De leerling heeft een lage beheersing bij zijn leerjaar.

4. Beheersing alle doelen

Situatie: De leerling heeft weinig opgaven gemaakt en een lage beheersing op alle doelen.
Situatie: De leerling heeft veel opgaven gemaakt en een lage beheersing op alle doelen

1. Aantal gemaakte opgaven

Direct naast elke Wereld zie je een getal dat aangeeft hoeveel opgaven de leerling in de gekozen periode gemaakt heeft, van de leerdoelen die je hebt gekozen op basis van de filtering. Daaronder zie je, tussen haakjes, hoeveel opgaven de leerling in totaal heeft gemaakt, ook hier weer gaat het over de leerdoelen op basis van de filtering. Zo kun je per leerling zien in welke Wereld hij het meest of het minst geoefend heeft. Door meerdere leerlingkaarten te bekijken en te vergelijken kun je ook zien of leerlingen meer of minder in een bepaalde Wereld hebben geoefend dan hun klasgenoten. Let bij het vergelijken wel erop dat de filtering gelijk is voor de leerlingen die je vergelijkt.

Situatie: De leerling heeft (te) weinig opgaven gemaakt.

Afbeelding: Te weinig opgaven gemaakt.

Afbeelding: Weinig opgaven gemaakt in verhouding met andere Werelden.

Verklaring
Wanneer een leerling (in een gekozen periode) te weinig geoefend heeft in een Wereld, zijn er geen gegevens die kunnen worden weergeven. Ook kan het zijn dat er wel gegevens zijn, maar dat het aantal opgaven in deze Wereld in verhouding tot andere Werelden laag is. Dit kan komen doordat, als je met de methode werkt, de methode ervoor kiest welke leerdoelen wanneer worden behandeld. Het kan zijn dat de methode bepaalde leerdoelen uit een Wereld minder, niet of later behandelt. Indien de leerlingen in de Werelden werken betekent het eveneens dat ze nog aan (te) weinig leerdoelen uit deze Wereld gewerkt hebben.

Wat kun je doen?
Ga eerst na of je het belangrijk vindt dat leerlingen in het huidige leerjaar aan deze Werelden werken. Het kan zijn dat bepaalde Werelden bewust minder aan bod komen omdat deze minder belangrijk zijn. Ook kan het zijn dat bepaalde Werelden pas later aan bod komen omdat eerst leerstof uit andere Werelden behandeld moet worden. Indien je weet dat de desbetreffende Wereld nog minder of niet aan bod is gekomen, kun je vertrouwen op de indeling en opbouw van de methode en wachten tot leerdoelen uit deze Wereld in latere lessen en blokken aan bod komen.

Indien je het wel belangrijk vindt dat leerlingen eerder of meer in deze Wereld gaan oefenen, kun je deze signalering juist gebruiken om leerlingen extra te laten oefenen aan leerdoelen uit deze Wereld.

2. Zone van naaste ontwikkeling

Naast het aantal opgaven zie je een indicator van het niveau van de gemaakte opgaven. Het gaat dan om de opgaven van de leerldoelen op basis van de gekozen filtering. Hiermee kun je aflezen of de leerling in zijn zone van naaste ontwikkeling zat, daarboven of daaronder. De adaptiviteit is zo opgebouwd dat leerlingen succeservaringen opdoen én worden uitgedaagd, zodat ze in de regel drie van de vier opgaven goed kunnen maken. Indien leerlingen adaptief werken en met de juiste leerdoelen bezig zijn, is het streven een goed-percentage van tussen de 65% en 85%. Met dit goed-percentage leert de leerling in zijn zone van naaste ontwikkeling. Als de leerling meer dan 85% goed heeft kunnen beantwoorden, waren de opgaven waarschijnlijk te eenvoudig en werkte de leerling onder zijn niveau. Bij minder dan 65% goed beantwoorde opgaven, waren de opgaven te moeilijk en werkte de leerling boven zijn niveau.

Situatie: De leerling werkt boven zijn niveau.

Afbeelding: Boven zone van naaste ontwikkeling.

Verklaring
Als een leerling veel fouten maakt, heeft hij een laag goed-percentage. De leerling werkt dan boven zijn niveau, boven zijn zone van naaste ontwikkeling. Veel leerdoelen waar de leerling aan werkt zijn waarschijnlijk te moeilijk voor deze leerling. Het kan zijn dat de leerling nog niet toe is aan de leerdoelen die in een methode aan bod komen. In dat geval maakt een leerling veel fouten. Indien leerlingen in de Werelden werken betekent het eveneens dat de leerling werkt aan leerdoelen die te moeilijk zijn. Bijvoorbeeld doordat een te hoog startniveau is toegekend of doordat door het werken met een methode bepaalde (te) hoge leerdoelen al beschikbaar zijn voor de leerling.

Wat kun je doen?
Indien leerlingen veel fouten maken is het aan te raden de adaptiviteit in de lessen aan te zetten (als dat nog niet gebeurd is). Leerlingen krijgen dan binnen de lesdoelen opgaven die beter aansluiten bij hun niveau. Heb je de adaptiviteit al ingesteld en maakt de leerling nog steeds veel fouten? Geef deze leerling dan extra of verlengde instructie als leerdoelen uit deze Wereld aan bod komen.

Indien een leerling in een bepaalde Wereld weinig opgaven goed maakt, kun je er voor kiezen om binnen deze Wereld terug te pakken op eerdere leerdoelen en de leerling met specifieke Eilanden en leerdoelen te laten werken. In de Visuele Leerlijnen kun je per Wereld de leerdoelen zien en op basis hiervan selecteren met welke leerdoelen de leerling aan de slag kan.

Indien een leerling op alle Werelden veel fouten maakt en je met een methode werkt, dan blijkt het aanbod volgens de opbouw en indeling van de methode te moeilijk. Je kunt er dan voor kiezen om de leerling te laten werken aan lessen uit voorgaande blokken of leerjaren of de leerling te laten werken met een eigen leerlijn in de Werelden.

Situatie: De leerling werkt onder zijn niveau.

Afbeelding: Onder zone van naaste ontwikkeling.

Verklaring
Als leerlingen weinig fouten maken, hebben ze een hoog goed-percentage. De leerdoelen waar de leerling aan werkt zijn dan te gemakkelijk voor deze leerling. De leerling ervaart dan waarschijnlijk onvoldoende uitdaging. Wanneer je met een methode werkt kan het zijn dat het aanbod volgens de planning van de methode niet aansluit bij de behoefte van de leerling (het aanbod ligt lager). Het kan zijn dat de leerling toe is aan hogere doelen dan de leerdoelen uit de methode, waardoor de leerdoelen uit de methode te gemakkelijk zijn. Indien leerlingen in de Werelden werken betekent het eveneens dat de leerling werkt aan leerdoelen die te gemakkelijk zijn. Hij heeft dan mogelijk zelf voor te gemakkelijke leerdoelen gekozen om aan te werken.

Wat kun je doen?
Indien leerlingen weinig fouten maken is het aan te raden de adaptiviteit in de lessen aan te zetten (als dat nog niet gebeurd is). Leerlingen krijgen dan binnen de leerdoelen opgaven die beter aansluiten bij hun niveau en leerlingen die veel goed maken krijgen dan moeilijkere opgaven.

Indien een leerling binnen een bepaalde Wereld veel goed maakt, is het belangrijk om eerst te controleren aan welke leerdoelen de leerling in deze Wereld werkt. Zijn dit erg gemakkelijke leerdoelen? Dan kun je de leerling aansporen om verder te gaan met hogere leerdoelen. Je kunt de leerling dan in deze Wereld met specifieke Eilanden en leerdoelen laten werken. In de Visuele Leerlijnen kun je per Wereld de leerdoelen zien en op basis hiervan selecteren met welke doelen de leerling aan de slag kan.

Indien een leerling op alle Werelden weinig fouten maakt en je werkt met een methode, dan blijkt het aanbod volgens de opbouw en indeling van de methode te gemakkelijk. Je kunt er dan voor kiezen om de leerling te laten werken aan lessen uit volgende blokken of leerjaren. Ook kun je ervoor kiezen om de leerling te laten werken met een eigen leerlijn in de Werelden.
In de Werelden staan ook plusdoelen (1X of 3F) waarmee je sterke leerlingen extra kunt uitdagen.

3. Beheersing leerjaar

In de derde kolom op de leerlingkaart zie je de beheersing van de doelen van het desbetreffende leerjaar op basis van de door jou gekozen filtering. In het zwart omkaderde vierkant staat de gemiddelde vaardigheidsscore, die berekend is aan de hand van de vaardigheidsscores van alle doelen (al dan niet gefilterd, bijv. alleen de sleuteldoelen bij rekenen) binnen die Wereld van het desbetreffende leerjaar uit de leerlijn van Gynzy. Niet alle leerdoelen komen in een leerjaar aan bod omdat de leerlijnen van Gynzy een breed aanbod aan doelen bevat en niet alles vereist is. Daarom zegt deze score los weinig, omdat je niet precies weet waar een leerling qua beheersing aan het eind van het jaar op uit zou moeten komen. Je kunt deze score wel gebruiken om leerlingen uit je klas onderling te vergelijken. Als je geen specifieke filters hebt ingesteld wordt in Gynzy de vaardigheidsscore vergeleken met de vaardigheidsscores van alle andere leerlingen die met Gynzy werken uit hetzelfde leerjaar. Dit wordt omgezet in een bolletjes-score zodat je kan zien of de leerling zich in vergelijking met zijn leerjaargenoten in de laagst, middelste of hoogst scorende groep leerlingen bevindt of daartussenin. Als je Gynzy met ParnasSys gekoppeld hebt, zie je daar het aantal bolletjes bij doelen uit hetzelfde leerjaar staan, weergegeven met een "cijfer" 2, 4, 6, 8 of 10 (het aantal bolletjes vermenigvuldigd met 2).

Situatie: De leerling heeft een lage beheersing bij zijn leerjaar.

Afbeelding: Lage beheersing bij zijn leerjaar

Verklaring lage gemiddelde vaardigheidsscore
Een lage beheersing op de doelen, op basis van de filters, van het leerjaar betekent vaak dat de leerling nog weinig of niet gewerkt heeft aan leerdoelen uit dit leerjaar. Gynzy heeft leerdoelen ingedeeld in leerjaren. Bij het maken van deze indeling is gekeken naar de leerjaren waarin leerdoelen volgens de SLO-leerlijnen aangeboden worden en wanneer deze doorgaans het meest aangeboden worden in lesmethodes. Het kan zijn dat de door jou gebruikte methode zo is opgebouwd dat leerdoelen eerder of later behandeld worden dan de leerjaar-indeling van Gynzy. Veel methodes herhalen in het begin van het schooljaar veel doelen uit het voorgaande leerjaar. In dat geval blijft de eigen leerjaar beheersing in het begin van het schooljaar dan ook laag.

Indien leerlingen in de Werelden werken, betekent dit dat leerlingen ook aan leerdoelen kunnen werken die niet aan hun eigen leerjaar gekoppeld zijn. Dit kunnen leerdoelen zijn uit zowel lagere als hogere leerjaren. Als de leerling vooral in leerdoelen oefent die onder of boven zijn leerjaar zijn ingedeeld, zal hij een lage beheersing hebben op deze eigen leerjaar beheersing.

Verklaring lage bolletjes
In Gynzy werken ook leerlingen met andere methodes en in de Werelden. Het kan zijn dat deze leerlingen in verhouding in meer leerdoelen werken uit het desbetreffende leerjaar en dus een hogere beheersing hebben. De bolletjes, die je ziet wanneer je niet hebt gekozen voor een specifieke filtering, geven aan hoe de gemiddelde vaardigheidsscore van de leerling zich verhoudt tot die van alle andere leerlingen in Gynzy. Als leerlingen hier één of twee bolletjes hebben, betekent dit dat de meeste andere leerlingen in Gynzy uit dat leerjaar een hogere gemiddelde vaardigheidsscore hebben. Dit kan komen doordat zij meer gewerkt hebben aan leerdoelen uit dit leerjaar.

Verklaring laag aandeel behaalde leerdoelen
Een laag aandeel behaalde leerdoelen bij het eigen leerjaar kan meerdere oorzaken hebben. Allereerst kan het betekenen dat de leerling nog weinig of niet gewerkt heeft aan leerdoelen uit dit leerjaar. Dit kan veroorzaakt worden door het aanbod vanuit de Methode of de keuzes in de Werelden.

Een laag aandeel behaalde leerdoelen kan echter ook een andere oorzaak hebben. Als een leerling aan veel (verschillende) leerdoelen uit het eigen leerjaar werkt, kan zijn aandeel behaalde doelen ook laag blijven. Dit gebeurt wanneer een leerling niet voldoende aan een doel werkt, waardoor hij de beheersingsgrens van 75% niet bereikt. Dit kan voorkomen wanneer jouw methode heel veel verschillende leerdoelen aanbiedt. Dit kan ook voorkomen wanneer een leerling bij het leren in de Werelden niet voldoende sessies per leerdoel maakt, of wanneer een leerling de sessies niet afmaakt.

Als jij met een methode werkt, kun je hiermee dus signaleren dat jouw methode op bepaalde Werelden leerdoelen mist ten opzichte van andere methodes. Bij elke les kun je de doelen bekijken met bijbehorend leerjaar. Hier kun je zien of jouw methode leerdoelen aanbiedt passend bij het leerjaar.

Afbeelding: Bij deze les uit groep 7 worden leerdoelen uit de Gynzy leerlijn van leerjaar 6 behandeld.

Indien leerlingen in de Werelden werken betekent het eveneens dat ze, ten opzichte van alle andere leerlingen in Gynzy, een relatief lage vaardigheidsscore hebben. Dit kan ook in dit geval komen doordat ze nog (te) weinig leerdoelen uit dit leerjaar geoefend hebben.

Wat kun je doen?
Ga eerst na hoe belangrijk je het vindt dat er (nu) gewerkt wordt aan leerdoelen die Gynzy heeft ingedeeld bij het desbetreffende leerjaar. Het kan zijn dat bepaalde Werelden in de door jou gebruikte methode bewust later aan bod komen omdat er eerst veel herhaald wordt uit een eerder leerjaar. Ook kan het zijn dat jouw methode ervoor kiest om bepaalde leerstof pas later te behandelen. Doordat dit door het werken met Gynzy zichtbaar wordt, kun je hier bewuste keuzes in maken.

Indien je weet dat de desbetreffende leerdoelen nog minder of niet aan bod zijn gekomen, kun je vertrouwen op de indeling en opbouw van de methode en wachten tot leerdoelen uit het desbetreffende leerjaar in latere lessen en blokken aan bod komen.


Indien je het wel belangrijk vindt dat leerlingen eerder of meer in deze leerdoelen gaan oefenen, kun je leerlingen extra laten oefenen aan leerdoelen uit dit leerjaar in de Werelden. In de Visuele Leerlijnen is de leerdoel-indeling zichtbaar. Op basis hiervan kun je leerlingen sturen naar Eilanden en leerdoelen. Spreek hierbij ook af hoe veel sessies een leerling bij een leerdoel maakt, of tot welke vaardigheidsscore de leerling werkt.

4. Beheersing alle doelen

In de vierde kolom op de leerlingkaart wordt de beheersing van alle leerdoelen op basis van de filtering getoond. In het zwart omkaderde vierkant staat de gemiddelde vaardigheidsscore, die berekend is aan de hand van de vaardigheidsscores van alle leerdoelen van groep 3 t/m 8 (al dan niet gefilterd) binnen deze Wereld uit de leerlijn van Gynzy. Deze score loopt dus gedurende de hele schoolloopbaan van een leerling op. Omdat het aanbod van leerdoelen in Gynzy breder is dan het aanbod in een reguliere methode, is het streven hierbij niet om aan het eind van de basisschool 100% te halen.

Deze beheersing wordt, als er niet gekozen is voor een specifiek filter, vergeleken met alle andere leerlingen uit hetzelfde leerjaar in Gynzy en dit wordt weergegeven in een percentielscore (bolletjes). Hieraan kun je zien of de leerling zich in vergelijking met zijn leerjaargenoten in de laagst, middelste of hoogst scorende groep leerlingen bevindt of daartussenin.

Houd er rekening mee dat leerlingen hoger uitkomen naarmate bij hen het startniveau later ingesteld is. Leerlingen die vanaf de start van de leerlijnen van Gynzy in Gynzy werken, verzamelen eigenhandig scores op de leerdoelen waar ze aan werken. Als bepaalde leerdoelen niet aan bod komen, behalen de leerlingen op deze doelen ook geen scores. Bij leerlingen die in een later leerjaar met Gynzy starten, wordt een startniveau ingesteld. De leerlingen krijgen hierdoor vaardigheidsscores cadeau bij de doelen uit voorgaande leerjaren. Omdat bij het instellen van een startniveau deze leerlingen op alle doelen scores cadeau krijgen, ongeacht of deze al dan niet aan bod gekomen zijn, vertonen zij in verhouding een hogere gemiddelde beheersing op alle leerdoelen.

Situatie: De leerling heeft weinig opgaven gemaakt en een lage beheersing op alle doelen.

Afbeelding: Weinig opgaven en lage beheersing alle leerdoelen.

Verklaring
Als er niet is gekozen voor specifieke filtering gaan de gegevens in de leerlingkaart over alle leerdoelen en is het mogelijk om de resultaten te vergelijken met andere leerlingen die in Gynzy werken in dat leerjaar. Als de leerling bij alle doelen een lage bolletjes-score heeft, beheerst hij in vergelijking met andere leerlingen minder leerdoelen. Dit kun je terugzien aan het aandeel behaalde leerdoelen. Een verklaring hiervoor is dat deze leerling minder met leerdoelen uit deze Wereld heeft geoefend. Het kan zijn dat de door jou gebruikte methode zo is opgebouwd dat er uit deze Wereld minder of weinig leerdoelen aan bod komen.

Wat kun je doen?
Bepaal of de Wereld belangrijk is in het huidige leerjaar (bijv. Procenten, Breuken & Verhoudingen zal in groep 4 een veel kleinere rol spelen dan in groep 8). Vind je de Wereld belangrijk? Laat in dat geval de leerling meer oefenen in deze Wereld. Als de leerling meer gaat oefenen zal hij ook meer gaan beheersen.

Situatie: De leerling heeft veel opgaven gemaakt en een lage beheersing op alle doelen.

Afbeelding: Veel opgaven en lage beheersing alle leerdoelen.

Verklaring
Als er niet is gekozen voor specifieke filtering gaan de gegevens in de leerlingkaart over alle leerdoelen en is het mogelijk om de resultaten te vergelijken met andere leerlingen die in Gynzy werken in dat leerjaar. Als de leerling bij alle doelen een lage bolletjes-score heeft, beheerst hij in vergelijking met andere leerlingen minder. Als een leerling wel veel opgaven gemaakt heeft, maar nog steeds een lage beheersing heeft, dan werkt de leerling mogelijk aan veel dezelfde leerdoelen (een beperkte set) en/of aan leerdoelen die hij al beheerst. Dit kan als de door jou gebruikte methode veel dezelfde doelen herhaalt en weinig verscheidenheid aan doelen aan bod laat komen. Indien een leerling aan veel dezelfde leerdoelen oefent, of in leerdoelen oefent die hij al beheerst, zal hij ten opzichte van de hele Wereld (het hele domein) weinig groeien en laag blijven scoren in vergelijking met andere leerlingen. Dat de leerling slechts aan een beperkt aantal doelen heeft gewerkt, kun je terugzien aan het beperkte aandeel behaalde doelen.

Wat kun je doen?
Bepaal of de Wereld belangrijk is in het huidige leerjaar (bijv. Getalbegrip zal in groep 4 een veel grotere rol spelen dan in groep 8). Laat in dat geval de leerling meer oefenen in deze Wereld. Als de leerling meer gaat oefenen, in meer verschillende leerdoelen, zal hij ook meer gaan beheersen. Je kunt de leerling helpen in het kiezen van passende Eilanden en leerdoelen. Spreek bijvoorbeeld met de leerling af dat hij leerdoelen oppakt die nog onder de 75% zitten of laat de leerling proberen om grijze leerdoelen open te spelen door de voorwaardelijke doelen eerst te behalen.

Zijn de resultaten uit de leerlingkaart van jouw leerlingen vreemd en onverklaarbaar? Controleer dan even de instellingen. Vergelijk je met het juiste leerjaar? Welke periode heb je geselecteerd? En heb je het startniveau goed ingesteld? Plan een belafspraak met een buddy als je hier hulp bij nodig hebt.





Heeft u het antwoord gevonden?