Leerlingen kunnen naast het maken van de hele les ook kiezen voor het maken van één of meerdere doelen van de les. Zo sluit de verwerking nauw aan bij de situatie in jouw klas.

Lesdoelenoverzicht

Als een leerling een les opent, krijgt hij het overzicht van de leerdoelen in de les te zien. Hierin wordt een duidelijke link gelegd tussen de leerdoelen en de Eilanden uit de Werelden waar ze bij horen. Achter elk leerdoel is te zien hoeveel opgaven er bij dit leerdoel gemaakt moeten worden. Ook kan de leerling zelf zien welk referentieniveau (bv. 1F/1S/2F) bij een leerdoel hoort. Zo kan hij het belang van leerdoelen beter leren onderscheiden. Bovendien staan ook dezelfde nummers voor de primaire en secundaire doelen aangegeven die je als leerkracht ook ziet in de leskaart. Hierdoor kun je eenvoudiger verwijzen naar specifieke leerdoelen in een les.

Startscherm van een les: het leerdoelenoverzicht.

Keuzemogelijkheden

Op het lesdoelenoverzicht kan de leerling 3 keuzes maken:

  1. De hele les starten (zoals voorheen);
    Leerlingen maken de opgaven van alle leerdoelen uit deze les.
  2. Opgaven van een specifiek lesdoel maken;
    Door te klikken op een leerdoel krijgen ze alleen de opgaven voor dat leerdoel, daarna keren ze terug naar het lesdoelenoverzicht. Ook kunnen ze door op het overkoepelende Eiland te klikken de opgaven van alle leerdoelen uit de les die bij dat Eiland horen maken.
  3. Direct de suggesties uit de Werelden bekijken die aansluiten bij de les.
    Leerlingen kunnen nu ook altijd naar de opgaven van Eilanden uit de Werelden die aansluiten bij deze les. Na het maken van deze opgaven, keren ze terug naar de suggesties.

Mogelijke routes in een les.

Vernieuwde lesresultaten

Wanneer een leerling terugkeert naar het leerdoelenoverzicht (na het maken van één of meerdere leerdoelen) ziet hij voor de leerdoelen die hij heeft afgerond hoeveel opgaven er goed zijn gegaan. Vervolgens kan een leerling kiezen of hij de opgaven van een ander doel gaat maken door een ander doel aan te klikken, of de resterende les door te klikken op “Maak hele les af”.

Leerdoelenoverzicht nadat de eerste twee doelen (P1 en P2) al gemaakt zijn.

Het is ook mogelijk om de les af te sluiten zonder van alle doelen opgaven te maken. Als de leerling klaar is kan hij klikken op “Les klaar”. De leerling krijgt dan zijn lesresultaat (sterren of kroontje) en extra oefenstof uit de Werelden aansluitend bij deze les te zien. Een leerling moet minimaal een leerdoel en 4 opgaven gemaakt hebben om de les te kunnen afronden.
Openen leerlingen vervolgens nog eens dezelfde les nadat ze hem hebben afgerond, dan is de les weer leeg en kunnen ze deze nog eens maken.

In de leskaart vanuit het leerkracht account zie je of een leerling de les heeft afgerond door op les klaar te klikken, of de les heeft gepauzeerd. In het voorbeeld hieronder zie je dat beide leerlingen niet alle opgaven van de les hebben gemaakt in de kolom 'score'. Leerling A heeft 13 opgaven gemaakt van de 23 en leerling B heeft 4 opgaven gemaakt. Ook zie je vinkjes, golfjes en kruisjes voor opgaven die zijn gemaakt en grijze bolletjes voor opgaven die (nog) niet zijn gemaakt.

Leerling A heeft al sterren verdiend, deze leerling heeft dus geklikt op 'les klaar' en daarmee de les afgerond. Deze leerling heeft niet alle doelen en opgaven van de les gemaakt. Als leerling A de les nog eens opent, begint de les opnieuw. Hij kan dan weer kiezen om de hele les te starten of weer enkele doelen te maken. De resultaten van deze tweede keer komen dan in een tweede rij in de leskaart van de leerkracht te staan.

Leerling B heeft de les gepauzeerd door op het kruisje te klikken. Als leerling B de les nog eens opent, kan hij verder waar hij gebleven is.

Leskaart met resultaten van de les.

Verschillende mogelijkheden

Deze keuzes maken het onder andere mogelijk om

  • Direct na de instructie van een leerdoel dit zonder andere leerdoelen te verwerken;
  • Op basis van referentieniveau te differentiëren;
  • Oefenstof te compacten.

Direct oefenen na de instructie

Deze “lesflow” (werkwijze van een les) maakt het mogelijk om leerlingen direct te laten oefenen met het doel waarbij je als leerkracht instructie hebt gegeven. De doelen zijn in het lesdoelenoverzicht voor zowel de leerkracht als leerling genummerd met P1, P2, etc. voor de primaire doelen en S1, S2, etc voor de secundaire doelen. Zo kun je als leerkracht na je instructie aangeven dat leerlingen bijvoorbeeld eerst alle opgaven van P2 maken, alvorens zij de rest van de les maken. Terwijl de leerlingen deze opgaven maken kun je in het resultatenscherm van de les direct zien hoe de leerlingen deze opgaven maken en of de instructie goed begrepen is. Met deze nieuwe werkwijze heb je dus meer regie over de volgorde en onderdelen van de les.

Differentiëren op basis van referentieniveau

In het lesdoelenoverzicht is bij elk doel aangegeven of het een fundamenteel doel (1f) of streefdoel (1s/2f) betreft. Op basis van het verwachte uitstroomniveau kun je leerlingen in de les de opgaven laten maken die hierbij aansluiten. Dit kun je als leerkracht per les aangeven, maar je kunt ook met bepaalde leerlingen afspreken dat zij elke les alleen de opgaven van de 1f of 1s/2f doelen maken.

Compacten door afstemmen van het aantal doelen

Omdat bij elk doel is aangegeven of het een primair doel (P) of een secundair doel (S) betreft, kun je leerlingen gerichtere keuzes laten maken. Primaire doelen zijn de hoofddoelen van de les. Secundaire doelen zijn vaak herhalingsdoelen en zijn niet altijd voor elke leerling nodig. Indien een les voor een leerling te veel opgaven bevat kun je afspreken dat ze eerst de opgaven maken van de belangrijkste primaire doelen en daarna eventueel afspreken welke secundaire doelen zij nog kunnen maken. Zo kun je bijvoorbeeld met leerlingen afspreken van welke doelen je wilt dat zij de opgaven maken, zodat de hoeveelheid van de les kan worden afgestemd op het tempo van de leerling. Leerlingen kunnen lessen nog steeds op elk moment onderbreken via het kruisje rechtsboven om zo op een later tijdstip hun les verder af te maken.

Ook zou je kunnen kijken naar de vaardigheidsscores van de leerlingen op de doelen van de les. Hiermee kun je bepalen of leerlingen bepaalde doelen niet of niet helemaal hoeven te maken, omdat ze deze bijvoorbeeld al beheersen.

N.b. de mogelijkheden zijn alleen van toepassing op lessen en taken, niet op toetsen.

Heeft u het antwoord gevonden?