Wanneer je met de methode in Gynzy werkt kun je gebruik maken van de toetsen. De toetskaart bevat voor de leerkracht alle relevante informatie over een toets. Deze is te openen door als leerkracht op een toets van een lesmethode te klikken.

Hoe werkt een toets in Gynzy

Een toets werkt op een vergelijkbare manier als een les. Voor toetsen worden veelal vergelijkbare opgaven gebruikt als in lessen. Er zijn echter een aantal belangrijke verschillen: Een toets bevat géén hints of feedback. Een leerling kan geen extra uitleg raadplegen en ziet niet meteen of hij de opgave goed of fout heeft gemaakt. Ook krijgt de leerling geen tweede poging. Daarentegen heeft de leerling wel de mogelijkheid om door alle opgaven van een toets heen en weer te navigeren. Op die manier kan de leerling de ingevulde antwoorden van de toets nog eens nakijken. Aan het einde van de toets kan de leerling alles tegelijk inleveren. Een antwoord is daarmee pas definitief bij het inleveren van de hele toets. Na het inleveren ziet de leerling net als in de les zijn score per leerdoel. De leerkracht ziet pas nadat de leerling de toets heeft ingeleverd, de resultaten verschijnen. Toetsen zijn niet adaptief, iedere leerling krijgt dezelfde vragen. Zo kan een leerkracht ook de toetsresultaten van leerlingen vergelijken.


Toets pauzeren

Moeten leerlingen eerder stoppen met de toets en hebben ze deze nog niet af, dan zullen leerlingen eerst moeten controleren of ze alle opgaven waar ze tot dan zijn gebleven, goed hebben ingevuld (bijvoorbeeld opgaven 1 t/m 7). Dan leveren ze de toets in (door op het kruisje te klikken) en zie je als leerkracht de gemaakte opgaven ook in het resultatenscherm.

Gaan de leerlingen op een later moment de toets afmaken, openen ze weer de betreffende toets. Deze zal dan verder gaan met de opgave waar ze waren gebleven (bijvoorbeeld opgave 8). Ze kunnen dan niet meer terug naar de ingeleverde opgaven om deze aan te passen, maar wel wisselen tussen opgave 8 en de opgaven die daarna komen.

Ons advies is om de toets niet ‘open’ te laten staan bij een pauze of einde van de dag, maar de toets in te leveren. Het zou voor kunnen komen dat er bijvoorbeeld een probleem is met verbinding in de school, waardoor de antwoorden die al waren ingevuld weg zijn.

De toetskaart

Leerdoelen

In het onderdeel leerdoelen van de toetskaart zie je de doelen die aangeboden worden in de toets. Bij elk doel staat het referentieniveau, het leerjaar waarin het doel staat in de Gynzy leerlijn, het aantal opgaven en wat voor soort opgaven de leerling krijgt (visueel, verhalend, dictee etc.). Ook wordt er bij elk leerdoel getoond in welke lessen van hetzelfde blok dit leerdoel behandeld is. Je kunt bovendien op een les klikken om direct naar de betreffende les te gaan. Op deze manier kun je bijvoorbeeld eenvoudig een les herhalen als je constateert dat de beheersing van dit doel nog te laag is. Ook zou je het doel via de Werelden kunnen herhalen. Onder het doel staat waar dit doel in de Werelden te vinden is.

toetskaart behandeld in

Toetskaart: Leerdoelen

In de toetskaart kun je ook de beheersing van je leerlingen openen. Zo zie je per leerling de vaardigheidsscores en zie je of je leerlingen de doelen die getoetst worden al hebben behaald met een vaardigheidsscore van 75% of hoger. Als leerlingen aan deze doelen werken zullen deze vaardigheidsscores worden aangepast.

Voor meer informatie over het doel kun je op de afbeelding voor het doel klikken om naar de doelkaart te gaan.

Resultaten

Een toets is voor iedere leerling gelijk. Ze zijn, in tegenstelling tot adaptieve lessen en sessies in de Werelden, namelijk niet adaptief (zie ook de verantwoording). Zo kan de toets de functie krijgen om leerlingen te vergelijken langs dezelfde lat.

Bij resultaten zie je hoe de leerlingen de toets hebben gemaakt. Bovenaan zie je de doelen staan (P1, P2 enz.) waar je op kunt klikken om te zien om welk doel het gaat. P staat voor primair. De doelen in een toets zijn altijd primair, terwijl in lessen ook secundaire doelen kunnen zitten.

Toetskaart: Resultaten

Vinkjes en kruisjes

De leerlingen hebben allemaal dezelfde opgaven gemaakt, dus je ziet gemakkelijk welke opgaven door je leerlingen goed (vinkje) of fout (kruisje) zijn gemaakt. Ook krijg he hiermee direct overzicht op welke doelen de leerlingen wel/niet beheersen. Leerlingen krijgen bij een toets geen tweede poging (golfje), dus deze worden in een toets niet getoond.

Als een toets nog niet is afgerond zie je ook nog onvoltooide opgaven (grijze bolletjes, zoals hierboven bij de bovenste leerling). De leerling kan de toets, die dan op pauze staat, nog eens openen om de onvoltooide opgaven te maken.

Elk icoontje kun je ook aanklikken om de opgave te zien die is gemaakt. Bij de fout gemaakte opgaven kun je ook zien welk antwoord de leerling heeft ingevuld.

De vinkjes en kruisjes zie je ook verschijnen in 'actueel', hier worden alleen de laatste 20 gemaakte opgaven getoond. Als je klikt op de afbeelding vanuit 'actueel' bij een leerling die aan een toets heeft gewerkt, ga je direct naar de toetskaart.

Score

De score toont per leerling het aantal goed gemaakte opgaven (groen), vervolgens het aantal fout gemaakte opgaven (rood), het aantal overgeslagen opgaven (lichtgrijs) en tot slot het totaal aantal opgaven van de toets (donkergrijs). De kleuren zie je ook visueel weergegeven in het balkje eronder.

Ook zie je een ster of kroontje staan. Dit verschijnt als de leerling de toets heeft afgerond.

Referentieniveau

Omdat toetsen niet adaptief zijn, kun je meer afleiden uit het goed/fout-percentage dan bij een adaptieve les.

In de kolom 'Ref.' staat per referentieniveau het aandeel goed gemaakte opgaven aangegeven. Omdat de referentieniveaus op elkaar voortbouwen telt het aandeel van onderliggende niveaus ook mee bij hogere niveaus. Met andere woorden: bij de score op 2F of 1S niveau tellen zowel de opgaven van 2F/1S-doelen als de opgaven van 1F-doelen mee.

Over dit percentage kun je een beoordeling geven, bijvoorbeeld met behulp van de 80% norm.

Naast de toetsresultaten kun je ook in de leerlingkaart zien waar je leerlingen staan op de doelen van de methode, je selecteert daarvoor bij 'Methode/Werelden' je methode.

Remediëren, herhalen en verrijken

Het remediëren, herhalen en verrijken na de toets is erg goed in de Werelden aan te bieden. Leerlingen krijgen in de Werelden opgaven die passen bij het niveau dat ze hebben gehaald op dat doel. Je kunt de gegevens die je op de toetskaart vindt (de resultaten goed/fout en de vaardigheidsscores op de doelen die getoetst zijn) gebruiken om te kiezen aan welke doelen de leerlingen verder mogen werken.

Je zou bijvoorbeeld de leerdoelen van de toets met de leerlingen kunnen delen/op het bord zetten. De leerlingen kunnen dan deze doelen opzoeken in hun eigen Werelden (er staat bij elk doel in welke Wereld en welk Eiland het doel te vinden is). In de Werelden zien ze ook hun vaardigheidsscore op dat doel. Je zou kunnen afspreken dat ze daar in gaan werken als de vaardigheidsscore onder de ... % zit. Je kunt de leerlingen hier zelf de verantwoordelijkheid over geven, waardoor ze leren waar ze al goed in zijn en waar ze nog mee moeten oefenen.
Wil je het zelf doen, dan kan dat natuurlijk ook. Je kunt als leerkracht zelf kijken naar de resultaten van de toets en de vaardigheidsscores en doelen op het bord schrijven met daarachter de namen van de leerlingen die daar nog in moeten oefenen. Dit kun je ook doen met behulp van een doelenblad dat je zelf hebt samengesteld met belangrijke doelen van het blok.

Je kunt ook een bundel maken met de toetsdoelen. Leerlingen kunnen dan in de bundel hun vaardigheidsscore zien en daarin bepalen welke doelen voor hen belangrijk zijn. Ook zou je een bundel kunnen maken met de doelen die de leerlingen nog onvoldoende beheersen na de toetsafname.


Toetsen in Bundels

Je kunt middels de bundels een set doelen samenstellen en klaarzetten voor je leerlingen als toets. Deze toets heeft dan dezelfde eigenschappen als een methode toets (geen hint, geen 2e poging en geen directe feedback). Alle leerlingen in de groep waarvoor je de bundel hebt klaargezet krijgen dezelfde opgaven in de toets.

Mocht je niet alle doelen van de toets uit je methode willen toetsen (bijvoorbeeld omdat je niet die strategie hanteert), kun je zelf een toets maken in een bundel. Je kiest dan zelf de doelen die je wil toetsen.

Het enige verschil tussen een methodetoets of een toets in een bundel is dat er bij de methode een aanbodtype (bijvoorbeeld abstract, visueel) is geselecteerd. Leerlingen krijgen dus alleen opgaven die bij dit aanbodtype aansluiten. Bij de bundel worden er opgaven gekozen uit de verschillende aanbodtypes binnen het doel. Je kunt de toetsen in bundels ook gebruiken als schaduwtoets of als voortoets aan het begin van het blok. Omdat je meerdere opgaven kunt selecteren per doel (bijvoorbeeld 6 of 12) krijg je een beter beeld van de voorkennis van de leerlingen, dan wanneer een leerling maar 3 opgaven heeft gemaakt.

In de Werelden staan geen toetsen. Werk je in de Werelden zonder methode (scenario 4/5) kun je over de doelen die je hebt behandeld toch een toets afnemen.

In de resultaten van de bundel zie je dezelfde gegevens als hierboven beschreven.

Wil je meer weten over de functie van toetsen kun je hier meer lezen.



Heeft u het antwoord gevonden?