Binnen de verwerkingssoftware van Gynzy zijn er verschillende mogelijkheden. Voordat je gaat starten met de inzet van de verwerkingssoftware is het goed om je als team te buigen over de verschillende opties en gezamenlijk keuzes maken, zodat er een goede doorgaande lijn ontstaat qua aanbod in de verschillende groepen binnen de organisatie.

Allereerst is het belangrijk om te bepalen of je Gynzy mét of zonder een lesmethode wilt gebruiken. Wanneer je met de methode werkt volg je het aanbod en de opbouw van de betreffende methode. De doelen uit de Gynzy leerlijn worden op dezelfde manier gerangschikt als de methode voorschrijft. Ook het aanbodtype van de opgaven komt overeen met het type opgaven dat de leerlingen in hun werkboekje tegen zouden komen.

Wanneer je met de methode werkt kun je besluiten de adaptiviteit van Gynzy wel of niet in te schakelen. De adaptiviteit zorgt ervoor dat het niveau van de opgaven zich aanpast aan het niveau van de leerlingen. Simpel gezegd: als een leerling een opgave goed maakt, wordt de volgende opgave iets moeilijker; wanneer een leerling een opgave fout maakt, wordt de volgende opgave iets eenvoudiger.

Wanneer je besluit de adaptiviteit niet in te schakelen, krijgen alle leerlingen dezelfde opgaven. Dit lijkt het meest op de aanpak vanuit het werkboek van de methode. Scholen die vanuit de lesmethode werken en hierbij de adaptiviteit uitgeschakeld laten, werken vanuit scenario 1.


Scholen die besluiten de opbouw van de lesmethode te volgen, maar daarbij wél adaptief te werken, werken vanuit scenario 2. Deze leerlingen krijgen dus allemaal andere opgaven, aansluitend bij hun leerbehoefte en niveau.

Anderzijds is het ook mogelijk om vanuit de Werelden van Gynzy te werken. Veel scholen willen doelgericht aan de slag vanuit de leerlijnen. Hierbij kan goed aangesloten worden bij de individuele leerbehoeften van leerlingen. De leerkracht wordt in staat gesteld doelen te kiezen die passen bij de visie en populatie van de school.

Wanneer een school de combinatie maakt van het werken vanuit de methode én vanuit de Werelden, spreken we van scenario 3. In de hoofdlijn volgt de leerkracht de opbouw van de methode, maar daarnaast kan de leerkracht individuele leerlingen extra herhaling of uitdaging bieden door hen doelgericht te laten oefenen in de Werelden.

Scholen die de methode volledig loslaten en enkel vanuit de Werelden werken, werken volgens scenario 4 of 5. Het grote verschil tussen deze twee scenario's zit in het bepalen waar de regie gelegd wordt. Stuurt de leerkracht aan welke doelen er in de klas gewerkt wordt, werkt de school vanuit scenario 4. Ligt de regie voor de leerdoelkeuze bij de leerling zelf, spreken we van scenario 5.

Bovenstaande keuzes hebben invloed op de de mate waarop je gepersonaliseerd leren mogelijk maakt. Elk scenario heeft hierbij zijn eigen voordelen. Het maakt binnen Gynzy niet uit waar je begint en wat je uiteindelijke doel is, de overgangen van de verschillende scenario’s gaan zeer soepel en zonder verlies van reeds behaalde resultaten. Kortom, met Gynzy kan iedere leerkracht en school op haar eigen manier aan de slag met gepersonaliseerd leren.

Heeft u het antwoord gevonden?