Inhoudsopgave

Opbouw

Blokhandleiding

Papieren lesmateriaal

Opbouw

Introductie

Je kunt bij Gynzy kiezen hoe je als school met de verwerking wilt werken: via de volgorde en opbouw van een bestaande rekenmethode of via een eigen ontwikkeld curriculum. Voor scholen die via de opbouw van een bestaande rekenmethode werken, is extra lesmateriaal ontwikkeld om hybride rekenonderwijs te kunnen bieden. Onze eigen rekenleerlijn en opgaven is door onze rekenexperts als basis gebruikt om het materiaal te ontwikkelen en het is beschikbaar bij de rekenmethode De wereld in getallen (5 / 2019). Het extra lesmateriaal is bedoeld als aanvulling op de verwerking: er zijn passende bordlessen per les (naast de bestaande instructielessen per leerdoel) met een bijbehorende blokhandleiding ontwikkeld. Daarnaast zijn er werkboekjes ontwikkeld die bij elke les te gebruiken zijn. Wil je de extra lesmaterialen kosteloos bestellen? Dat kan via deze link.

Koppeling met Werelden

Het extra lesmateriaal is te gebruiken in scenario 1 (alleen methode, niet adaptief), 2 (alleen methode, wel adaptief) en 3 (methode en Werelden, wel adaptief), maar om optimaal gebruik te kunnen maken van het extra materiaal is het werken in scenario 3 aan te raden. Hiervoor koppel je zowel de methode als de Werelden. In de Werelden vind je de gehele rekenleerlijn, die uitgebreider is dan de leerstof die aangeboden wordt in de methodelessen. Op die manier werken de leerlingen in de methodelessen en worden de Werelden daarnaast gebruikt om de lesstof van de methode te herhalen, maar ook om de lesstof uit te breiden kijkend naar de leerbehoeften van de leerlingen.

Opbouw

In Gynzy zie je de opbouw van De wereld in getallen (5 / 2019) terug: een leerjaar bestaat uit 9 blokken en ieder blok bestaat uit 4 weken. In week 1, 2 en 3 worden 6 onderwerpen behandeld; steeds twee lessen per onderwerp. Onderwerp 6 heeft te maken met leerdoelen uit de domeinen Meten en Meetkunde. Aan het eind van de week is er een herhalingsles over de onderwerpen van die week. In week 3 is er ook een oefentoets en week 4 staat in het teken van het Werken in de Werelden en het maken van een toets.

Figuur 1: Opbouw methode per blok.

Taken

Bij de lessen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9, 11 en 12 hoort een taak. Er zijn twee soorten taken: P en S. In de S-taken wordt geoefend met het automatiseren en memoriseren van basisvaardigheden. In de P-taken worden leerdoelen herhaald uit vorige blokken of leerjaren. De meeste leerdoelen in de P-taken zijn een herhaling van het vorige blok, waarmee leerlingen worden voorbereid op de aankomende toets. Het is dus belangrijk dat leerlingen bij alle lessen die een taak bevatten de les én de taak maken.

Werken in de Werelden

In de lessen ‘Werken in de Werelden’ in week 4 werken leerlingen aan leerdoelen die aansluiten bij hun behoeften. In deze lessen krijgen leerlingen herhaling en verdieping van belangrijke leerdoelen van dit blok. De leerlingen die nog extra oefening en instructie kunnen gebruiken op leerdoelen van het voorgaande blok, kunnen deze lessen gebruiken om te remediëren. Voor leerlingen die nog extra instructie nodig hebben, gebruik je de bestaande instructielessen op leerdoelniveau die te vinden zijn in de doelkaart en de bibliotheek. De leerlingen die de leerdoelen van dit en het voorgaande blok al goed beheersen, kunnen deze lessen gebruiken om te verrijken aan de hand van leerdoelen die niet standaard in de methode aan bod komen of aan de hand van 1X-doelen.

Toets

Aan het eind van het blok is de toets. De toets bestaat uit twee delen: een tempotoets waarin het automatiseren wordt getoetst en een toets met een aantal leerdoelen uit het vorige blok. De toets van blok 2 toetst dus de doelen die in blok 1 aan bod zijn geweest (en die herhaald zijn in de P-taken van blok 2). Ook is in elk blok een oefentoets (les 14) om zo te zien of de leerlingen klaar zijn voor de toets.

In leerjaar 6 bij de blokken 5 en 8 en bij alle blokken van leerjaar 7 en leerjaar 8, is zowel een 1F-toets als een 1S-toets te vinden. Leerlingen maken in principe de 1S-toets. Leerlingen voor wie het 1S-niveau niet haalbaar is, maken de 1F-toets. In de 1F-toets zitten kleine verschillen ten opzichte van de 1S-toets: waar mogelijk is een eenvoudiger doel of aanbodtype gekozen of is het aantal opgaven lager.

Leerlijnen

De leerdoelen van de rekenleerlijn van Gynzy zijn verdeeld in drie referentieniveaus: 1F (fundamenteel), 1S (streef) en 1X (plus). Deze indeling is gebaseerd op de kerndoelen van SLO. Aangezien elke methode deze kerndoelen zelf indeelt in een leerlijn, zitten er verschillen in opbouw, leerjaren en referentieniveaus. Dit is ook het geval bij de leerlijnen van Gynzy en De wereld in getallen 5 (2019). Er zijn soms andere keuzes gemaakt over het leerjaar waarin bepaalde lesstof aangeboden wordt. Daardoor komen ook leerdoelen van andere leerjaren voor in de methodelessen. Zo kan een leerdoel van leerjaar 6 naar voren komen in een methodeles van groep 5. Ook zijn er verschillende keuzes gemaakt in de mate waarin een leerdoel is opgesplitst. Soms is een leerdoel groter of juist kleiner bij Gynzy dan bij de methode zelf, waardoor deze bijvoorbeeld een ander referentieniveau heeft. Daardoor bevatten de 1F-toetsen ook leerdoelen met referentieniveau 1S.

Het maken van de les

Tussen de leerdoelen van de les kunnen niveauverschillen zitten. De leerdoelen die gekoppeld zijn, kunnen verschillen in leerjaren, referentieniveaus en aanbodtypes. Bij rekenen zijn er drie aanbodtypes, namelijk visueel, abstract en verhaal. Daarbinnen is het systeem adaptief; het past zich aan naar het niveau van de leerling.

De meeste leerlingen zullen kiezen voor het maken van de gehele les, met alle leerdoelen en aanbodtypes, door de les te maken via de knop [Start hele les]. Leerlingen die maar een gedeelte van de les zullen maken, kunnen dit doen door middel van het maken van les per doel: de leerling klikt dan zelf de juiste leerdoelen aan. Op die manier kunnen bijvoorbeeld leerlingen die de 1F-toets zullen maken, beginnen met de eenvoudigste leerdoelen of aanbodtypes van de les. Daartegenover kunnen leerlingen die de eenvoudigste leerdoelen van de les al goed beheersen, compacten door sneller door te gaan naar de moeilijkere leerdoelen of aanbodtypes. Zo zal de ene leerling beginnen met het leerdoel ‘Berekenen van een eenvoudige gemiddelde snelheid in km/u’ (leerjaar 6, 7 referentieniveau 1F) en de andere leerling juist direct aan de slag gaan met het leerdoel ‘Berekenen van gemiddelde snelheid in km/u’ (leerjaar 7, referentieniveau 1S).

Het maken van een gedeelte van de les kan ook op strategieniveau. Zo zal een leerling die de 1F-toets maakt, kiezen voor het kolomsgewijs rekenen (omdat deze strategie in de toets terugkomt) en het cijferend rekenen overslaan. De rest van de leerlingen kiest voor het cijferend rekenen en slaat juist het kolomsgewijs rekenen over.

(terug naar inhoudsopgave)

Blokhandleiding

Informatie bij de les

In de blokhandleiding en op de leskaart (van blok 6) vind je bij elke les een pagina met informatie. Je vindt er onder andere het lesdoel, de leerdoelen, het lesverloop, de benodigde materialen, suggesties en of er een taak bij de les hoort.

Meer oefenen

Leerlingen kunnen na het maken van de les en taak of na het maken van de toets verder werken aan gerelateerde leerdoelen door te klikken op [Naar Eilanden]. Op die manier staan er altijd opgaven klaar passend bij het niveau van de leerling. Let op: wil je dat de leerling de leerdoelen van de les verder herhalen en uitbreiden, laat ze dan via de les op [Naar Eilanden] klikken, en niet via de taak.

Wil je dat leerlingen juist aan andere leerdoelen (voorgaande, volgende of extra) werken, dan kun je de Werelden daarvoor inzetten. Leerlingen kunnen zelf naar de juiste Werelden, Eilanden en Dorpen navigeren of je kunt een setje leerdoelen klaarzetten in een bundel.

Suggesties

Met behulp van suggesties willen we je inspireren om meer uit Gynzy te halen. Een suggestie past bij het onderwerp van de les en kan zowel voor jou als leerkracht voor op het digibord, als voor de leerling in de verwerking bedoeld zijn. Denk aan een suggestie van een tool, sjabloon of activiteit uit de bibliotheek of aan een suggestie op Eilandniveau (Eilandsessie in de Werelden), op leerdoelniveau (Dorpsessie in de Werelden), een Trainer of Kids tool. Ook worden soms oefenbladen als suggestie gegeven. Deze zijn te vinden in het werkboekje.

Tip handelend rekenen

De tip die je kunt vinden bij het handelend rekenen kan je helpen om je rekenles betekenisvoller te maken voor leerlingen die dat nodig hebben. Dit kan met concreet materiaal of door fysiek aan de slag te gaan. Deze tip kun je ook goed inzetten in de verlengde instructie.

Reflectie

De reflectievraag helpt leerlingen om zich bewust te worden van hun leerproces en de keuzes die zij hierin zelf kunnen maken. Het helpt ze om zicht te krijgen op leerdoelen die lastig zijn en leerdoelen die al goed gaan. Daarnaast ondersteunt het het zelfregulerend leren. De reflectievraag richt zich bijvoorbeeld op de gegeven instructie, de gemaakte opgaven of het lesdoel.

De reflectievraag die in het werkboekje staat, komt overeen met de reflectievraag in de handleiding, zodat je dit kunt begeleiden en of bespreken.

Figuur 2: Voorbeeld lesinformatie.

(terug naar inhoudsopgave)

Bordles

Bordlessen

Bij de lessen 1, 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9, 11, 12 en 13 vind je een bordles om instructie mee te geven. In deze bordlessen zijn de gekoppelde leerdoelen van de les gebundeld tot een kant-en-klare bordles.

EDI-model

De bordlessen zijn gebaseerd op het Expliciete Directe Instructie-model (het EDI-model) en volgen de fasen introductie, instructie, verwerking met een verlengde instructie en afsluiting. Belangrijk bij een les volgens het EDI-model is het controleren van begrip en hierdoor inspelen op de behoeftes van de leerlingen. Gedurende de les volg je hierbij de cyclus van voordoen - samen doen - zelf doen, waarbij je de iconen in de bordles terugziet. Ook de ‘controle van begrip-vragen’ (cvb-vragen) herken je gemakkelijk aan een icoon.

Figuur 3: Iconen voordoen, samen doen, zelf doen.

Figuur 4: Icoon controle van begrip-vragen.

Door cvb-vragen te stellen, stimuleer je leerlingen om te beredeneren of samen te vatten welk concept (bijvoorbeeld stambreuk) of vaardigheid (bijvoorbeeld het vermenigvuldigen ervan) net aan bod is geweest. Dit helpt je te controleren of leerlingen dit deel van de instructie hebben begrepen en of je verder kunt gaan met de rest van je instructie of de verwerking. Daarnaast kun je leerlingen uitdagen met de plusvragen. De plusvragen benaderen het concept of vaardigheid net op een andere manier of vergen een hoger denkniveau.

Lesfasen

In de introductie wordt de voorkennis van de leerlingen geactiveerd. Je bespreekt het belang van het leerdoel zodat voor leerlingen duidelijk wordt waarom ze dit leren.

De instructie bevat de uitleg die je over het leerdoel geeft en bevat meerdere begeleide inoefeningen. Bij de begeleide inoefening doe je de stappen van een bepaalde strategie of berekening voor (modeling), vervolgens maken de leerlingen eenzelfde opgave samen met jou en daarna maken de leerlingen zelfstandig een opgave. Controleer steeds met de cvb-vragen of je verder kunt met de instructie.

In het onderdeel verwerking wordt besproken welke soort opgaven en sommen leerlingen tegen kunnen komen in de verwerking. Denk aan meerkeuzevragen, open vragen of sleepvragen. Daarna kunnen de leerlingen aan de slag in de verwerking. Merkte je tijdens de instructie, bij het stellen van de cvb-vragen of aan de vaardigheidsscores dat leerlingen moeite hebben met het lesdoel? Neem ze dan mee in de verlengde instructie. Hier bied je de instructie nog eens aan op een rustiger tempo en eventueel met behulp van andere hulpmiddelen. Bij de afsluiting controleer je of de leerlingen het lesdoel begrepen hebben. Tot slot wordt de les afgesloten met een passende activiteit.

Figuur 5: Iconen lesfasen.

Figuur 6: Voorbeeld lesomschrijving.

Papieren lesmateriaal

Hybride werken

Als aanvulling op de digitale verwerking is het bijbehorende papieren lesmateriaal gebundeld in een werkboekje per blok. In dit werkboekje vind je per les alles wat de leerling daarbij nodig heeft: het lesdoel, eventuele werkbladopgaven, uitwerkpapier en een reflectievraag. Achterin het werkboekje vind je oefenbladen voor extra oefening in het automatiseren en memoriseren. Op de laatste pagina’s van het werkboekje vind je het doelenblad met de belangrijkste leerdoelen van dit blok. Deze gebruiken de leerlingen bij het Werken in de Werelden in week 4.

Heb je nog geen werkboekjes? Deze zijn te bestellen via het bestelformulier. Je kunt ze ook downloaden via de leskaart en vervolgens zelf printen. Let hierbij op dat de printinstelling ‘Aanpassen aan pagina’ of ‘Fit to page’ uitstaat, daardoor voorkom je dat afmetingen van werkbladopgaven niet kloppen.

Uitwerkpapier

Lessen waarbij in de les of taak uitwerkingen op papier gemaakt kunnen worden, bevatten één of meerdere pagina’s uitwerkpapier. Hierop kunnen leerlingen hun denkstappen en berekeningen van sommen vanuit de verwerking opschrijven.

Reflectie

Aan het einde van elke les staat een reflectievraag. Het is aan te raden om de reflectie direct na het maken van de opgaven te laten plaatsvinden. Vanaf groep 5 geven de leerlingen bij iedere herhalingsles (5, 10 en 15) aan welke leerdoelen goed gaan en welke ze nog moeilijk vinden. De moeilijke leerdoelen kruisen de leerlingen aan op het doelenblad. Tijdens de lessen ‘Werken in de Werelden’ kunnen de leerlingen verder oefenen met deze leerdoelen. Leerjaar 3 heeft niet bij alle lessen een reflectie. Bovendien zijn deze reflectievragen eenvoudiger geformuleerd en visueler zodat leerlingen vanaf groep 3 al kunnen starten met reflecteren.

Werkbladen

Als er in de les een leerdoel aan bod komt waarbij een werkblad benodigd is, vind je dit werkblad in het werkboekje van de leerling. De antwoorden hiervan kunnen nagekeken worden met de nakijkbladen die te vinden zijn achterin de blokhandleiding van het desbetreffende blok. Mocht een leerling verder willen werken aan een leerdoel in de Werelden waar werkbladen bij nodig zijn, kun je versie A downloaden. De meeste opgaven die in de werkboekjes staan, zijn afkomstig uit versie B of C. Indien er bij een les een knipblad nodig is, is deze ook aan de blokhandleiding toegevoegd. Wil je niet met het werkboekje werken, dan kun je de ‘gewone’ werkbladen gebruiken.

Oefenbladen

In ieder werkboekje staan vier oefenbladen met sommen om te automatiseren en of memoriseren, voor elke week één. Deze kun je voor, tijdens of na de les inzetten. Met behulp van de oefenbladen kan geoefend worden om steeds sneller te rekenen en zo de basisvaardigheden als splitsen, optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen te automatiseren. De leerling kan met behulp van een stopwatch bijhouden hoelang hij over de sommen doet of kan een timer zetten en kijkt hoeveel sommen hij kan maken. De nakijkbladen van de oefenbladen zijn te vinden achterin de blokhandleiding van het desbetreffende blok.

Doelenblad

Op de laatste bladzijden van het werkboekje staat het doelenblad met belangrijke leerdoelen van dit blok. Deze leerdoelen worden in het volgend blok getoetst. Tijdens de lessen Werken in de Werelden (week 4) wordt gewerkt met het doelenblad.

Op het doelenblad staan twee lege kolommen. In de kolom met de ‘X’ kunnen jij en de leerlingen gedurende het blok kruisjes zetten voor leerdoelen waar in die laatste week van het blok aan gewerkt gaat worden. In de kolom ‘Voortgang’ kan door de leerling (of door jou als leerkracht) worden ingevuld hoe het oefenen is gegaan, bijvoorbeeld door de groei in vaardigheidsscore bij te houden, op te schrijven hoe het werken ging of het aantal sessies bij te houden. Spreek met de leerling af waar hij naartoe werkt. Je kunt bijvoorbeeld afspreken om tot een vaardigheidsscore van 75% te werken of om drie Dorpsessies te maken.

(terug naar inhoudsopgave)

Feedback mag je doorgeven via wensen & ontwikkelingen.

Heb je het antwoord gevonden?